Sector

  • Po
  • So/Vso
  • Vo

Vakgebied

  • Bewegen en sport

Veelgestelde vragen

3-7-2015
  1. Wat doet SLO voor Bewegingsonderwijs?
  2. Wat is de kern van het leergebied Bewegen en sport?
  3. Wat is een basisdocument?
  4. Moeten er keuze-activiteiten worden aangeboden in de onderbouw vo?
  5. Welke mogelijkheden zijn er vanuit het leergebied B&S voor vakoverstijgende projecten met andere leergebieden?
  6. Wat zijn de mogelijkheden tot zorgverbreding?
  7. Is het vervullen van regelende rollen door leerlingen verplicht?
  8. Hoe verhoudt B&S zich tot sportieve introducties, excursies of werkweken?
  9. Wat zijn de profileringsmogelijkheden op het gebied van bewegen en sport?
  10. Welke onderwijsbevoegdheid moet een docent B&S hebben?
  11. Zijn de lessen B&S verplicht? Is er een minimumlessentabel?
  12. Is het verplicht dat een school een buitenaccommodatie heeft?
     

1. Wat doet SLO voor bewegingsonderwijs?

SLO zorgt voor:

  • Advies en ondersteuning op maat / expertisepunt.
  • Kerndoelen en examenprogramma's en bijbehorende handreikingen.
  • Lesondersteunend materiaal voor PO, onderbouw VO, vmbo, havo/vwo, LO2/BSM, praktijkonderwijs.
  • Achtergrondinformatie: begroting en inrichting, doorlopende leerlijnen, portfolio voor LO, programma-ontwikkeling, sportoriëntatie en -keuze (SOK), sportstimulering, vakdossiers, visievorming, basisdocument.
  • Actuele thema's (doorlopende leerlijnen, samenhang in het leerplan, diversiteit in het leerplan, leerplankundige professionalisering van leraren).
  • (Mee) organiseren van studiedagen en docentennetwerken.

2. Wat is de kern van het leergebied Bewegen en sport?

Het bewegingsonderwijs is erop gericht de leerlingen bekwaam te maken voor zelfstandige, verantwoorde, perspectiefrijke en blijvende deelname aan de bewegingscultuur. Hiertoe zijn er vier leer- of ontwikkellijnen (sleutels): bewegen verbeteren, bewegen regelen en gezond bewegen en bewegen beleven.

3. Wat is een basisdocument?

Voor zowel primair als voortgezet onderwijs is een 'basisdocument' ontwikkeld. Beide basisdocumenten bieden een vakinhoudelijk referentiekader voor kwaliteitsvragen van scholen of vaksecties. In het basisdocument zijn daarom ijkpunten voor die vakinhoudelijke kwaliteit beschreven. Het geeft aanleiding tot vragen als:

  • Hoe kan het dat onze leerlingen in groep 6 beter balanceren dan leerlingen in groep 8?
  • Waarom kunnen onze leerlingen gemiddeld minder goed volleyballen dan …?
  • Hoe komt het dat de leerlingen de lessen veel positiever beleven dan...?

Voor het basisonderwijs biedt het basisdocument een concreet overzicht van leerlijnen en tussendoelen voor de diverse leeftijdsgroepen, die ook op een bijgevoegde cd-rom zijn te bekijken. En er is een digitaal leerlingvolgsysteem (Beleves) beschikbaar. Tevens geeft het antwoord op de vraag welke leerhulp geboden kan worden aan de leerlingen.

4. Moeten er keuze-activiteiten worden aangeboden in de onderbouw vo?

In de kerndoelen staat vermeld dat de leerling leert zich - mede met het oog op buitenschoolse beoefening - op praktische wijze te oriënteren op veel verschillende bewegingsactiviteiten uit gevarieerde gebieden als spel, turnen, atletiek, bewegen op muziek, zelfverdediging en actuele ontwikkelingen in de bewegingscultuur, en daarin de eigen mogelijkheden te verkennen.

Voor de actuele ontwikkelingen in de bewegingscultuur worden er in het basisdocument de volgende suggesties gedaan: zwemmen, golf, kanoën, klimmen, mountainbiken, schaatsen en skeeleren/skaten. Het is wenselijk dat de school hieruit of uit andere alternatieve activiteiten een keuze van drie activiteiten maakt. De wenselijke omvang is 3 x 12 lessen over de eerste drie leerjaren. Iedere leerling volgt deze lessen. De leerlingen maken pas een keuze in de bovenbouw.

5. Welke mogelijkheden zijn er vanuit het leergebied B&S voor vakoverschrijdende projecten met andere leergebieden?

Voor het primair onderwijs zijn er tal van mogelijkheden. In het voortgezet onderwijs zijn die mogelijkheden er ook wel, maar enige voorzichtigheid lijkt geboden. Er is namelijk een spanningsveld tussen de eigenheid van het leergebied B&S en het vakoverschrijdende project: wat is de meerwaarde voor B&S?

Voorbeelden van vakoverschrijdende projecten:

  • Mens en maatschappij: olympische spelen, vakantie, mijn sportnabije omgeving, fair play, circus en multi culti.
  • Mens en natuur: gezonde school, move 2b fit, train jezelf, ik en mijn lijf, sportvoeding, zorg en veiligheid, bewegingsanalyse.
  • Kunst en cultuur: bewegende kunst, dansmarathon, streetwise, rap je naar sport, open podium

6. Wat zijn de mogelijkheden tot zorgverbreding?

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs is het niet gebruikelijk dat er Motorische Remedial Teaching (MRT) wordt verzorgd zoals in het primair onderwijs. Uitzonderingen hierop zijn het praktijkonderwijs en het vmbo-P onderwijs. Wel zijn er scholen die buiten de reguliere lessen ondersteuningslessen verzorgen in de brugklas en klas 2. Daarnaast zit er in het Zorg en Advies Team (ZAT) vaak een LO-docent.

7. Is het vervullen van regelende rollen door leerlingen verplicht?

Volgens de kerndoelen is dit verplicht: de leerling leert eenvoudige regelende taken te vervullen die het mogelijk maken, zelfstandig en samen met andere leerlingen bewegingsactiviteiten te beoefenen.

8. Hoe verhoudt B&S zich tot sportieve introducties, excursies of werkweken?

Sportieve excursies en werkweken sluiten prima aan bij de karakteristiek en de kerndoelen. Ten eerste gaat het om een brede oriëntatie op actuele bewegingscultuur in het basis- en voortgezet onderwijs. Juist activiteiten zoals bijvoorbeeld circus kunnen in het basisonderwijs thematisch of in projectvorm  worden aangeboden. In het primair en voortgezet onderwijs kunnen watersport, winterse sportactiviteiten en avontuursport in sportieve excursies en werkweken worden gedaan.

Daarbij komt dat leren bewegen bij uitstek een groepsactiviteit is. Leerlingen verkennen en ontwikkelen naast hun mogelijkheden in de rol van beweger ook die in de rol van ondersteuner en organisator. Er wordt veelvuldig een beroep gedaan op verschillende sociale en regelvaardigheden. In tal van situaties wordt van leerlingen verwacht dat ze elkaar helpen, onderling rollen en taken verdelen, op veiligheid letten, respectvol met elkaar omgaan, zorgzaam zijn voor elkaar, met elkaar regels afspreken, samenwerken en samen spelen.

9. Wat zijn de profileringsmogelijkheden op het gebied van bewegen en sport?

In het basisonderwijs kunnen scholen zich profileren met extra en naschoolse sport en spelactiviteiten, bijvoorbeeld in samenwerking met buitenschoolse partners in het kader van Brede school of naschoolse opvang.

In onderbouw van het voortgezet onderwijs biedt het differentieel deel (1/3 deel in het onderbouwprogramma over alle vakken/leergebieden) scholen ruimte om zich te profileren met sportklassen.

In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs bieden het vak LO2 voor vmbo-T en -G en Bewegen Sport en Maatschappij (BSM) voor havo/vwo hiertoe mogelijkheden. Het intrasectorale programma Sport, Dienstverlening en Veiligheid (SDV) biedt op vmbo-BB en vmbo-KB mogelijkheden.

Ten slotte is er de naschoolse sport voor àlle leerlingen, deelname aan lokale schoolsport-programma's en landelijk de KVLO, én kunnen scholen een uitgebreide sportoriëntatie en -keuze (SOK) aanbieden.

10. Welke onderwijsbevoegdheid moet een docent B&S hebben?

Voor het voortgezet onderwijs een onderwijsbevoegdheid behaald via één van de Academies voor Lichamelijke Opvoeding.

In het basisonderwijs is de recent Pabo-afgestudeerde nog slechts bevoegd om bewegingsonderwijs (gym) te geven aan de kleuters. Om les te kunnen geven aan de groepen 3 en hoger kan op de Pabo een extra opleiding worden gevolgd (leergang bewegingsonderwijs) die een onderwijsbevoegdheid geeft voor dit vak in het basisonderwijs.

Daarnaast zijn er de zogenaamde LOBOS-sers (leraar ondersteuners bewegings-onderwijs) die opgeleid zijn via roc’s (sport en bewegen). Deze leraarondersteuners hebben geen onderwijsbevoegdheid, maar kunnen wel assisteren. Onder andere bij het aanbieden van een naschools sportkennismakingsaanbod.

11. Zijn de lessen B&S verplicht? Is er een minimumlessentabel?

Voor het voortgezet onderwijs geldt dat de wettelijke minimumlessentabel voor alle vakken is afgeschaft. LO maakt in de regelgeving hierop een uitzondering.

"LO moet gegeven worden in elk leerjaar en gespreid over de weken in het schooljaar. Iedere school moet er zoveel tijd aan besteden, dat wordt voldaan aan de inhoudelijke eisen van kwaliteit, intensiteit en variëteit. Die eisen zijn opgenomen in kerndoelen en examenprogramma's. Daarbij wordt uitgegaan van de situatie zoals die op 1 augustus 2005 gold, met de aanscherping dat het gaat om praktische bewegingsactiviteiten."

12. Is het verplicht dat een school een buitenaccommodatie heeft?

Niet verplicht, wel wenselijk om de kerndoelen te halen. Vooral in het voortgezet onderwijs kan dat niet goed in een standaard gymnastiekzaal.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contactpersoon